Tonio

vrijdag 3 juni 2011

 

Wat een ongelooflijk aangrijpend boek. De overtreffende trap schiet tekort. Meegenomen door de maalstroom van gevoelens, herinneringen en gedachten na het fatale ongeval van Tonio, de zoon en enig kind van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich. Het bericht daarover heb ik vorig jaar volledig gemist. Pas sinds kort ben ik er van op de hoogte. Voor mij levert dat een dilemma op. Kun je dan nog wel iets laten horen? En wat dan? “Sorry, ik wist het niet eerder en ben verbijsterd”?


Adri heb ik ooit, samen met mijn broer Marcel, mogen interviewen voor wat geloof ik achteraf gezien kan worden als zijn eerste requiemroman, De Sandwich. We zijn opgegroeid in dezelfde buurt, in dezelfde tijd, en het gesprek werd afgedrukt in het Geldropse weekblad Middenstandsbelangen dat vlak na de oorlogsjaren door mijn vader is opgericht. Net als Adri ben ik via de grote driehoek van het Sint Joris in Eindhoven, de universiteit in Nijmegen naar Amsterdam getogen. Maar dan in een Verlegtempo.

Ik weet nog dat hij het een verademing vond om zonder op zijn hoede te hoeven zijn kon praten. In Tonio praat hij meer dan ooit zonder enige terughoudendhoud. Na het ‘interview’, we hadden Adri opgehaald van een signeersessie in Eindhoven, kwamen de oude Geldropse vrienden (op 1 na) herinneringen ophalen. Ook Mirjam was erbij. Het werd een memorabele, eenmalige, lange avond waarbij de herinneringen aan de overleden hoofdpersonen van De Sandwich werden uitgewisseld. Het boek werd als het ware mondeling hier en daar nog wat aangevuld met persoonlijke verhalen. Tonio moest toen nog geboren worden.

Enige tijd daarvoor had Adri de (ook door mij bewonderde) grote schrijver Gerard Reve ontmoet. “We zijn aan elkaar gewaagd”’ zei hij. Toen al zag ik in mijn dorpsgenoot onze beste nationale schrijver ooit. Maar ik zeg erbij: ik ben niet objectief. De geschiedenis zal me wel gelijk gaan geven denk ik eerlijk gezegd.

Tonio heb ik nooit ontmoet, maar door het boek ken ik hem nu alsnog. Uiteindelijk gaat het om de vraag naar wat de zin is van het leven en de dood. Het leven is niet eerlijk. De dood net zomin. Dat blijkt. Het is een wanhopige zoektocht om iets te vinden dat een beetje lijkt op hoop. De hoop om verder te kunnen, dat het misschien toch ergens goed voor is. De gedachte alleen al kan helemaal niet. En toch. We leven in een kommervolle paradox. Wanneer we er woorden voor kunnen vinden heeft het betekenis.

De ontroostbaren zijn niet te troosten. En toch putten we hoop uit de oerkracht van deze zoektocht. Zelfs als er geen antwoord is.

Het is het meest indrukwekkende boek dat ik ooit gelezen heb.


Update met Pinksteren 2011

Veel mensen krijgen het boek niet gelezen. O.a. Joost Zwagerman zegt in De Volkskrant dat hij niet verder kan na het eerste deel omdat hij bang is voor wat er komt. Ik begrijp dat heel goed. Ik ben na lezing volledig de weg kwijt geweest omdat het niet mogelijk is er niet aan te denken. Zo uitzonderlijk is Tonio.

 
 

volgende >

< vorige