Niemand faalt meer...

donderdag 23 juni 2011

 

Vandaag was de officiële presentatie van het rapport ICT politie 2010 door de Algemene Rekenkamer. Eerst in de Tweede Kamer daarna voor de pers. Ik mocht er bij zijn. Ruimte zat. Dankzij de lekkage was er zogezegd geen nieuws. Alles was redelijk netjes in de Volkskrant geplaatst. Er was dus jus d’orange en koffie genoeg voor de paar journalisten die misschien wat minder uit zijn op nieuwtjes. De vragen kwamen dan ook van RTL en De Telegraaf. Maar dit terzijde.


Opfrisser

Waar gaat dit over? Over de enorm uit de hand gelopen kosten en geheel niet naar tevredenheid werkende ICT voor de politie organisatie in Nederland.


Mijn interesse zit hem eerlijk gezegd in de eerste plaats in het toetsen of mijn theorie over besluitvorming - waarop ik hoop te promoveren - klopt.

En wat denk je? Nou, volgens mij wel. Maar niet op alles geeft onze zeer gewaardeerde Rekenkamer antwoord. Eerst maar even over wat expliciet wel aan de orde komt.


De essenties

  1. 1.Verantwoordelijkheid. Simpel gezegd: het is zo diffuus geregeld dat niemand echt verantwoordelijk is. (Dus iedereen faalt.) Dat fenomeen kennen we in andere sectoren ook. Grondwettelijk hebben we dat zo geregeld. Niemand is de baas dus er is geen ‘doorzettingsmacht’ maar wel enorm veel ‘bestuurlijke drukte’ die elke nieuwe regering hoopt terug te dringen.

  2. 2.Doel onduidelijk. De politiekorpsen voelden zich enorm onder druk gezet door de regering. Die had gedreigd met een nationale politie als niet heel snel betekenisvolle stappen gezet zouden worden om de organisatie wat efficiënter te krijgen. De korpsbeheerders stuurden vervolgens in de eerste plaats op tempo, tijd en planning van het als essentieel gekwalificeerde project. Niet op het eigenlijke doel, de inhoud en de kwaliteit. Dat is welhaast op zich al een garantie voor een mislukking.

Na deze twee punten kun je eigenlijk al stoppen. Het is een don’t go. Maar in het rapport volgt nog meer.

  1. 3.Participatie. De werkvloer was in de verste verte niet betrokken bij het ‘wat’. Er wordt dus iets in elkaar gestoken, maar niemand vraagt zich af of er mee te werken is.  En het wordt nog erger.

  2. 4.Een onderzoek naar de kwaliteit concludeert halverwege dat het niet deugt. Dat wordt door de deelnemer van Limburg Zuid (pilot) in de rondvraag gemeld, de voorzitter zegt: ‘goed punt, dat agenderen we volgende keer’. Die volgende keer komt er niet. Het rapport komt nooit verder. Een nieuw voorzitterschap, andere mensen beginnen met frisse moed zonder de voorgeschiedenis te kennen of mee te krijgen. Alles voor niks dus.

Het wordt een beetje een te treurig verhaal terwijl er door heel veel mensen met heel goede intenties heel hard is gewerkt. Dat maakt het nog erger.


De toekomst

De dreiging van een nationale politie is inmiddels omgezet in een besluit. Niet eens vanwege het mislukken van het ICT verhaal. De vraag is natuurlijk: is dat de oplossing? Het antwoord is: nee, al helpt het op 1 onderdeel wel. Dat is dat in ieder geval de verantwoordelijkheid in de toekomst wel is geregeld. Dat is een belangrijk punt maar dus lang niet het enige. Het hangt er maar van af hoe de leiding zijn rol gaat opvatten. De afstand tot de werkvloer bijvoorbeeld zal er niet kleiner van worden. Krijgt de agent straks wel een stem in het kapittel?


Het rapport van de Rekenkamer behandelt niet de techniek. Dat kan ik me voorstellen, de onderzoekers zijn vermoedelijk geen technisch geschoolde mensen, maar is wel een groot gemis in het verhaal. Mijn indruk is dat het een aan elkaar knopen is van verschillende generaties van softwarepakketten van verschillende origine. Een op zichzelf staande complexiteit waar het rapport niets over zegt. Een ander niet behandeld aspect is de vraag of de competenties wel aanwezig zijn om het vraagstuk op te lossen. Ook het rapport van de Rekenkamer huldigt impliciet de opvatting dat het daar niet aan ligt.

Het onderzochte project is weliswaar omvangrijk en zeer belangrijk, maar niet het enige dat in de organisatie speelt. Hoe men daarmee omgaat, of die andere zaken wel goed gaan of ook problematisch zijn, blijft in het midden. Dat is jammer, vooral omdat de stemmingmakerij van “iedereen faalt” de media beheerst. Zo weten we dus niet of dat wat nu als oorzaak van de malaise is genoemd, altijd tot slechte resultaten leidt.


En wat gebeurt er nu?

De politici nemen de aanbevelingen over.

Is dat een garantie voor succes?

Dat zou mooi zijn. Maar nee, want lang niet alles is bekeken, dat was ook niet de vraag aan de Rekenkamer.

Als niemand meer faalt dan zal de mislukking zich niet herhalen.


Tekening: detail uit Lectrr.be/Comic House

 
 

volgende >

< vorige