Bestuurlijke rust

dinsdag 19 april 2011

 

De regering Rutte heeft in het regeerakkoord het uitgangspunt opgenomen dat “per terrein ten hoogste twee bestuurslagen betrokken zijn bij hetzelfde onderwerp”. Dat klinkt heel logisch en efficiënt. Waarom zou je meer bestuurlijke drukte willen? Dat voegt nauwelijks iets toe en kost extra tijd en geld.

De kamercommissie voor Binnenlandse Zaken heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob) hierover advies gevraagd. In een ‘briefadvies’ legt Rob eerst uit waardoor we het in Nederland bestuurlijk gezien zo druk hebben. Vervolgens gaat het over het uitgangspunt van maximaal twee bestuurslagen.  Een stukje verplichte kost voor eenieder die er wat mee te maken heeft:


In de eerste plaats is Nederland een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Gemeenten en provincies hebben een grondwettelijk beschermde autonome positie (artikel 124 Grondwet). Zij beschikken daardoor over de vrijheid zelf prioriteiten te stellen en initiatieven te nemen die zij voor de inwoners van belang vinden. Juridisch gezien is het uitgangspunt uit het regeerakkoord dus niet houdbaar.

“Wanneer het Rijk sterker dan nu zou willen bepalen met welke onderwerpen decentrale en functionele overheden zich bezig kunnen houden, zou het moeten voorstellen de Grondwet te wijzigen.”


In de tweede plaats noemt Rob als aandachtspunt dat de maatschappelijke complexiteit juist vraagt om betrokkenheid van meerdere bestuurslagen bij een onderwerp. Bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijke ordening bij de aanleg van wegen. Het uitgangspunt van maximaal twee bestuurslagen is dus lang niet altijd verstandig; het hangt er maar vanaf waar het over gaat. Wel is het altijd van belang dat de verdeling van verantwoordelijkheden duidelijk is.


Het betekent dat het uitgangspunt van maximaal twee bestuurslagen nu alleen kan werken indien en voorzover de andere bestuurslagen het uitgangspunt delen, bereid zijn daarvoor afspraken te maken en het onderwerp er zich voor leent.


Rob pleit ervoor om te bekijken of de grondgedachte van de gedecentraliseerde eenheidsstaat nog wel is vol te houden. Het belangrijkste argument voor een verandering is dat Nederland als onderdeel van de Europese Unie nog nauwelijks is te zien als eenheidsstaat. De beleidsruimte van gemeenten en provincies is steeds meer bepaald door richtlijnen van de Europese Unie. Er is eerder sprake van medebewind dan van autonomie.


Aanvullend op deze waarneming kan ik me voorstellen dat ook gekeken zou kunnen worden vanuit de burger. Die ziet de overheid als één geheel. Wanneer bestuurslagen verschillend opereren in hetzelfde domein is het voor de burger onduidelijk. Mij lijkt dat dit perspectief voor alle bestuurslagen voldoende reden is om de koppen bij elkaar te steken en goede afspraken te maken niet alleen over wie precies verantwoordelijkheid draagt, maar ook over de uitvoering van afgesproken beleid zodat de burger weet waar hij aan toe is. Ik pleit dus voor bestuurlijke rust voor de burger. Om dat te bereiken is wel de nodige bestuurlijke inspanning nodig. Het door de regering geformuleerde uitgangspunt zet dat nu op de agenda.

 
 

volgende >

< vorige