Beterschap!
Beterschap!
zaterdag 4 september 2010
In het boek Diagnose 2025 schetsen Philip Idenburg en Michiel van Schaik 17 trends die van belang zijn voor de gezondheidszorg in de toekomst. Het biedt een behoorlijk onderbouwd overzicht. Heel wat ontwikkelingen komen als het ware wetmatig op ons af. Bijvoorbeeld de samenstelling van de bevolking, de digitalisering en de globalisering. Of we het nu leuk vinden of niet: het is aan de orde. De vraag die centraal staat is: wat doen we daar mee? Is er niet een sense of urgency om diepgaand na te denken over de opties in de toekomst? Het antwoord op die vraag is: ja. Met Diagnose 2025 beogen de schrijvers de aandacht hiervoor aan te wakkeren en een kader voor de dialoog te bieden.
Na de anamnese volgen drie uitgewerkte scenario’s die heel wat stof voor discussie bevatten. Het vertrekpunt van deze scenario’s is primair economisch.
Scenario 1 gaat uit van de huidige situatie. Het wordt alleen duurder maar dat hebben we er wel voor over. We houden de kwaliteit op peil door hogere afdrachten.
Scenario 2 er is gesneden in het aanbod om de totale uitgaven in de hand te houden. De kwaliteit gaat naar beneden, de gezondheidszorg is zelf ziek.
Scenario 3 denivellering is doorgezet. Goede gezondheidszorg is alleen beschikbaar voor de rijken. Anderen hebben een beperkte basiszorg.
Vervolgens zijn deze scenario’s uitgebreid aangekleed met voorbeelden die aansluiten op de eerder beschreven trends. Dat roept heel veel discussie op. En daar gaat het ook om. Het is de hoogste tijd dat hier aandacht voor komt in een kader dat daarvoor geschikt is. Dat kunnen deze scenario’s prima zijn, al zijn andere benaderingen ook denkbaar. Op dit moment zien we op zichzelf wel veel aandacht voor de gezondheidszorg maar dat zijn vaak op zichzelf staande discussies en incidentele kwesties, het verband ontbreekt. Het maakt heel wat uit als we er in slagen een gemeenschappelijk kader te hanteren.
De complexiteit van de Nederlandse gezondheidszorg is met Diagnose 2025 op een heldere manier in kaart gebracht. De scenario’s zijn daarbij een hulpmiddel voor mogelijke denkrichtingen. Dat de uitkomst zich niet zal houden aan de grenzen van de geschetste hoofdlijnen weten we nu al. Veel van de ontwikkelingen komen eerder over ons heen dan dat we ze bepalen. Juist daarin ligt een belangrijk motief om er goed naar te kijken. Het impliciet laten voortbestaan van vraagstukken die nu op tafel gebracht zijn is de meest riskante strategie. We hebben vooral behoefte aan het versterken van innovatiekracht want een ding is duidelijk: met de oude manier van werken redden we het niet.
Er is niet één beproefd recept dat een oplossing is voor alle vraagstukken. Voor een gezonde toekomst moeten we leren kijken vanuit alle disciplines gezamenlijk en de dilemma’s expliciet maken.