Helemaal top! - ieder zijn Olympische droom
Helemaal top! - ieder zijn Olympische droom
dinsdag 31 augustus 2010
Eén Olympische medaille in 2020 kost ongeveer 2,3 miljoen euro per jaar. Dat leert ons de becijfering van onze nationale topbestuurders van de topsport in het gisteren gepubliceerde rapport “Nederland in de top 10” dat bol staat van de ambitie. Als alles helemaal top gaat, halen we er alles bij elkaar 82. Valt dat nou mee of tegen?
Het rapport van NOC NSF is prachtig verzorgd. Het ziet er pico bello uit. Het heeft een semi-wetenschappelijke aanpak met een verantwoording voor de manier waarop het is samengesteld, bronvermeldingen, cijfermatige overzichten en zo meer. Het is alsof het budget dat men nodig vindt er al is, zo mooi is het gemaakt. Aan alles lijkt gedacht.
Het rapport is een mooi voorbeeld van de Angelsaksische managementbenadering. Alles is SMART gemaakt en daarom kunnen we er nu voor kiezen hoeveel medailles we over 10 jaar in de prijzenkast willen hebben. Dat wordt dus een eenvoudige afweging. Het is echt relatief een luttel bedrag waar we het hier over hebben. Het is omgerekend bijvoorbeeld een stuk goedkoper dan 1 filiaal van onze genationaliseerde bank, om maar wat te noemen. Dus we kunnen eigenlijk geen nee zeggen tegen dit mooie aanbod. Het winnen van medailles maakt ons trots, is heel inspirerend en wekt vertrouwen voor de toekomst. Dat kun je van veel andere investeringen niet zeggen.
Toch voelen we het ergens ‘knellen’. Dat voelen de opstellers van het rapport ook aan. Dat is te zien aan de formuleringen die er van uit gaan dat velen nog overtuigd of verleid moeten worden om ja te gaan zeggen tegen de plannen. Het veronderstelde brede draagvlak voor de ideeën lijkt meer wishful thinking dan werkelijkheid.
Dat ‘knellen’ heeft te maken met de sturende opvattingen die achter dit rapport schuil gaan.
1.Als medailles als het ware zo te koop zijn dan gaat de lol er een beetje af. Het gaat niet zozeer meer om de sport maar om het hoogst haalbare in termen van geld. Het aantal medailles weerspiegelt het verschil tussen rijk en arm in plaats van het verschil in talent en vaardigheid. Willen we dat? NOC NSF slaat die vraag over en gaat er van uit dat het een voldongen feit is dat het nu zo werkt. Andere landen investeren meer en dus moeten wij dat ook doen anders halen we minder medailles. Dat lijkt realistisch maar daarmee is wel ook een impliciete keuze gemaakt.
2.‘Het hoogst haalbare’ is gedefinieerd als ‘tot de landen behoren die de meeste medailles halen’. En dan ook nog structureel. Deze lijn doorgetrokken betekent dat investeringen in sporten die een lage kans hebben de concurrentie te verslaan buitenspel komen te staan. ‘Prioriteren’ heet dat. We willen medailles en dus richten we ons op medaillekandidaten en niet op het hoogst haalbare van sporters die waarschijnlijk toch niet winnen. Het doel is dus niet topsport bedrijven, het doel is medailles halen. Willen we dat? Wat betekent dit voor de meeste sporters die heel goed zijn in hun sport maar te maken hebben met grote concurrentie die net iets beter is?
3.“More money in, more medals out” en “less money in, less medals out” zijn uitspraken die een eigen leven leiden. De rijke landen zijn een wedstrijd aan het voeren wie het meeste geld uitgeeft aan topsport. Ze kijken daarbij naar elkaar zonder nog te bezien of het adagium nog wel klopt. “Ik heb geen medaille gehaald want mijn concurrent had meer geld” is een uitspraak die we vaker tegemoet kunnen zien. Het begint te lijken op de bonuscultuur en onzinnige beloningen die het resultaat zijn van vergelijkingen in plaats van waardebepaling. Zo meldt het rapport als een soort waarschuwing dat Australië in 2011 het budget al verhoogt met 70 miljoen per jaar op basis van een analyse van de investeringen in andere landen. (Australië heeft geen last van de recessie.)
4.Hoe zit het met andere afhankelijkheden die niet te beïnvloeden zijn? Wat te doen als in andere landen de jongste aankomende generatie niet alleen talrijker is maar ook nog meer talent heeft meegekregen? En wat als andere landen hun budgetten verdubbelen?
Het rapport pleit voor meer wetenschappelijke ondersteuning van de topsport. Dat is een goede zaak. Dat geldt niet alleen voor de technische, medische en mentale kennis maar ook voor het proces van besluitvorming. Als dat knelt, gaat het niet lukken. Is dat erg? Het is wijs die vraag ook te beantwoorden. Helemaal top! Ieder zijn Olympische droom.