We live in a beautiful land

maandag 7 juni 2010

 

In 1963 nam de stem van Ronald Reagan ons mee met een prachtige propagandistische documentaire over de Amerikaanse natuurschatten. “We live in a truly beautiful land”, zo begint het verhaal. Technologische vooruitgang stond in dienst van het duurzame behoud van het milieu. Er is sprake van het nemen van verantwoordelijkheid dat ook de volgende generaties van de natuurlijke schoonheid kunnen genieten. Alle genoegens van mens en natuur komen in beeld. Het zwerfvuil wordt gezien als vijand nummer 1. Mensen genieten met alle moderne middelen zoals auto’s en scooters van de natuur maar laten hun afval achter! Weg met die troep. Ronald Reagan was de stem van Groen in die tijd.


In 1989 liep de Exxon Valdez vast aan de kust van Alsaka. Een ongekend omvangrijke ramp voor de natuur. Meer dan 40 miljoen liter ruwe olie stroomde uit de tanker en werd verspreid over een kustlengte van 2.100 kilometer en 28.000 km2 oceaan. De oorzaak was een defecte radar waarvan Esso reparatie volgens onderzoeker Grag Palast te duur had gevonden. Esso reageerde uitermate traag op de ramp waardoor de gevolgen nog rampzaliger werden zowel voor de natuur als financieel. De kosten voor Esso waren astronomisch. De schoonmaakkosten beliepen miljarden dollars en de rechtszaken liepen door tot 2008...en misschien nog wel. Esso is zo kapitaalkrachtig dat het de ramp met gemak overleefde. Er zijn veel lessen getrokken uit deze ramp. Althans op papier. Zie o.a.: Lessons learned from the spill. Maar zijn ze wel aangekomen?


Nu is het British Petroleum. Ook een financiële reus die met gemak niet alleen olie maar ook miljarden aan dollars kan verspillen. Toch vraag ik me af of BP dit gaat overleven. Er zijn wel een paar dingen veranderd sinds 1989, niet het lerend vermogen van de oliemaatschappijen maar wel in economisch opzicht. De ramp in de Mexicaanse Golf kan moeilijk in omvang overschat worden hoe weinig we er momenteel ook over vernemen.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Ik ben bang dat de oorzaak precies dezelfde is als die van de Exxon Valdez en de bankencrisis: ongebreidelde winstmaximalisatie. In de Mexicaanse Golf zijn meer dan 4000 olieplatforms waar eigenlijk nooit een probleem mee is geweest. En dus heeft men niet meer stil gestaan bij veiligheidsmaatregelen en scenario’s voor als het mis gaat, want dat zijn allemaal kostenposten. De voorspelbare ‘lesson learned’ zal zijn dat de overheid orde op zaken moet stellen. De vrije markt regelt dit soort zaken nu eenmaal niet. Dat is domweg te duur. En daardoor niet alleen duurder maar ook dommer.

Wat er nu gebeurt is een omgekeerde tankbeurt. De teller gaat voor BP nu per minuut dieper in het rood. En niet alleen voor BP. De reactie van BP geeft tot dusverre ook weinig reden tot hoop. Wat mij betreft is BP virtueel al omgevallen. (Update 10 juni: Zie ook hier.)

Het truly beautiful land van Louisiana, Missisipi, Alabama, Florida en Texas, lijdt. Who’s next?


Update 11 juni: eerste berichten van twijfel of BP het wel kan betalen verschijnen in de pers. Het lek blijkt telkens weer groter te zijn dan gemeld. BP is bezorgd over ‘imagoschade’ in plaats van schade aan natuur. Het is een kleine stap naar sanering van de hele olie-industrie. In termen van John Kotter gesproken: we need a sense of urgency. Welnu:










































































 
 
 

volgende >

< vorige