Commissie De Wit - reflectie op onderzoeken (2)
Commissie De Wit - reflectie op onderzoeken (2)
dinsdag 11 mei 2010
Ik vind het telkens weer een licht verbijsterend feest om rapporten van onze volksvertegenwoordigers te lezen. Een feestje omdat dit type onderzoeken informatie biedt die je anders misschien wel kan vermoeden maar toch niet zeker weet. Verbijsterend omdat 1) terugkijkend bijna iedereen op de een of andere manier in het foutenfestival deelt en 2) vooruitkijkend je al kan voorspellen dat van de meeste aanbevelingen niet veel terecht komt.
Naar mijn idee is de sterkste waarneming van deze commissie dat het vermogen om te reflecteren in de onderzochte sector ontbreekt. Ik denk dat daar de sleutel ligt. Indien er wel voldoende gereflecteerd wordt op het handelen zijn de meeste van de aanbevelingen die de commissie verder doet niet eens meer zo belangrijk. De kernvraag zou dan ook moeten zijn hoe het reflecterend vermogen verbeterd kan worden. Gebeurt dat niet dan maken de andere aanbevelingen vermoedelijk ook niet het doorslaggevende verschil.
Volgens de commissie speelt de groeiende (ik zou zeggen ‘gegroeide’) druk op het creëren van aandeelhouderswaarde ook in de financiële sector een belangrijke rol. Besturen van financiële ondernemingen hebben risico’s onderschat, niet gezien of bewust genomen, al dan niet gestimuleerd door variabele beloningsstructuren en eigen aandelen- en optiepakketten. En ze hebben daar verder dus niet of nauwelijks bij stil gestaan, ook niet na kritische commentaren van buiten.
Het rapport bevat veel interessante voorbeelden. Ik noem een voorbeeld van mijn lichte verbijstering, het CPB. De heer Teulings: «Het is niet zo dat ik er nu pas achtergekomen ben dat er geen financiële sector in het macromodel zat, want dat was een heel doelbewuste keuze. Wij hebben inderdaad binnen onze macro-economische analyse relatief beperkte aandacht voor het financieel beleid.»
Zo kon zich dus in Nederland het merkwaardige fenomeen voordoen dat op Prinsjesdag 2008 een redelijk positief vooruitzicht wordt geschetst voor de economische groei in Nederland (plus 1,25% voor 2009), terwijl de financiële wereld al in brand stond na de val van Lehman Brothers.
Ik vraag me bij zo’n passage af wat de toegevoegde waarde van CPB dan nog eigenlijk is. En zo zijn er nog heel wat opmerkingen die meer vragen oproepen. Een weelde voor de komende onderzoekende generatie mits deze wel reflecteert.
Terzijde
Het valt me op dat de commissie weinig zorgvuldig is met de taal. Een paar voorbeelden:
“De commissie constateert dat belangrijke adviseurs van de Nederlandse regering en het parlement, het Centraal Planbureau (CPB) en de Nederlandsche Bank (DNB), weliswaar gewezen hebben op de geschetste mondiale ontwikkelingen.” Deze zin is niet af.
”De precieze samenhang van en de relatie tussen risicovolle internationale macro-economische omstandigheden en het financiële stelsel is ook door deze instellingen echter onvoldoende onderkend en onderschat.” Is het onvoldoende onderschat?
”Mede door de media-politieke aandacht die hierdoor ontstond voor het afgifteproces, koos de minister gekozen voor een beperkte invulling van zijn rol...” koos de minister gekozen
”verschoof in de richting van DNB, omdat de beoordeling die DNB moest uitvoeren daarmee een zwaarder gewicht kregen. de beoordeling kregen (meervoud?)
”DNB heeft op meerdere manieren laten blijken dat zij vanaf het begin af” vanaf het begin af ??
”De uitkomst van het afgifteproces van de verklaring van geen bezwaar had door zo’n andere invulling van die beleidsmatige ruimte anders kunnen zijn. door een andere invulling had het anders kunnen zijn ??
”Dit vergt veel van beleidsmakers en toezichthouders, in termen van de benodigde kennis en expertise, capaciteit en de samenwerking met internationale toezichthouders.” dit vergt veel in termen van benodigde kennis??
Deel 1 van ‘Reflectie op onderzoeken’ verscheen als blog op 5 februari 2010