De overheid nooit meer hetzelfde?

dinsdag 20 april 2010

 

Er is een gestage stroom met berichten over de komende operaties die er toe moeten leiden dat de overheidsfinanciën na de crisis weer in het gewenste gareel komen. Het gareel zelf is niet of nauwelijks onderwerp van gesprek. Hooguit gaat het over het tempo waarin het moet gebeuren. Men gaat er min of meer massaal van uit dat een terugkeer naar de oude vertrouwde situatie gewenst is. De wisdom of the crowd zegt dat we weer in control moeten komen. Hoe zal dat gaan? Zal dat gaan? Niemand weet daar het antwoord op. Op zijn best hebben we daar een gevoel over, een idee, het lijkt ons verstandig. Maar waarom? Ik denk: omdat we niet beter weten, niet anders kennen en volgens de heersende sturende opvatting, niet anders kunnen.


Ambtelijke werkgroepen hebben allerlei mogelijkheden op papier gezet waaruit ‘de politiek’ dan maar moet kiezen. Een belangrijk onderdeel van de gedachten tot nu toe is dat de overheidsorganisatie kleiner moet worden. Als het even kan zonder al te veel aan het takenpakket te morrelen want dan wordt ‘the crowd’ misschien wat te onrustig. Rode lijn is dus dat het allemaal soberder moet, efficiënter en sneller. Liever geen al te draconische maatregelen. Dat zijn we in de polder niet gewend. Daar zijn we niet zo van.


De schaduw werpt zich al geruime tijd heel voorzichtig vooruit. Tal van vragen zijn onder de oppervlakte sluimerend aanwezig. Nieuwe initiatieven zijn bevroren. Schaalvergroting leidt, om te beginnen op papier, tot een reductie van het aantal management- en stafleden. Het doet denken aan wat ooit gold voor de onderwijzer die kinderen leerde schrijven met een kroontjespen. Je kan er wel goed in zijn maar behalve in het Zuiderzeemuseum is er geen vraag meer naar. Zo kunnen de ambtenaren die vanwege hun functie deel hebben genomen aan de ambtelijke voorbereidingen van de aanstaande operaties daar zelf slachtoffer van zijn. Ze zijn straks overbodig. Het zijn nogal wat paradoxale situaties. Pleiten voor een zorgzame samenleving gaat samen met het beëindigen van een betekenisvolle bijdrage van mensen die daar juist hun kernactiviteit in hebben. Velen al hun hele werkzame leven. Het gaat wat hun betreft niet om kroontjespennen maar om het functioneren van de overheidsdienst, het realiseren van democratisch genomen besluiten, alles wat voor de markteconomie niet interessant genoeg is.


Hoe het in de praktijk uitwerkt is nog niet duidelijk, maar wat me opvalt is dat het hier tot nu toe helemaal niet over gaat. Ik stel voor het daar wel over te hebben. Wat is de gewenste houding van de overheid: gedraagt zij zich als overheid of als marktpartij? Gedraagt zij zich op de manier die we gewend zijn of zal de overheid nooit meer hetzelfde zijn?

Het antwoord op deze vraag is minstens zo belangrijk voor het succes van de maatregelen als de maatregelen zelf.

 
 

volgende >

< vorige