Reflectie op onderzoeken
Reflectie op onderzoeken
vrijdag 5 februari 2010
Parlementaire onderzoeken en raadsenquêtes met openbare verhoren bieden een rijke bron om inzicht te krijgen in overwegingen van mensen bij besluitvorming en hun gedrag tegenover de onderzoekers. Een rode draad is dat bijna alle verhoorde mensen zich bij voorbaat lijken te verdedigen. Op vragen of zij anders hadden kunnen handelen dan zij gedaan hebben komt dan een ontkennend antwoord met als essentie: aan mij heeft het niet gelegen. Eerlijk gezegd snap ik dat heel goed. Wie voelt zich geroepen om ten overstaan van een zware commissie die zich concentreert op het stellen van vragen en in het brandpunt van media zijn interne, persoonlijke overwegingen van twijfel en inzicht te delen? Hoe interessant de verhoren ook zijn, ik denk niet dat het een goede methode is om aan reflectie te doen, terwijl daaraan nu juist wel behoefte is.
Het gevolg van de onderzoeken is ook opvallend gelijkgericht. Ze leiden bijna altijd tot aanbevelingen om de bestaande situatie te verbeteren. Maatregelen moeten er voor zorgen dat geconstateerde fouten in het vervolg worden vermeden. De status quo wordt daarmee verstevigd; principiële koerswijzigingen komen er zo niet. De parlementaire onderzoeken en raadsenquêtes passen dus in de manier waarop we dingen doen, zij maken deel uit van het bestaande systeem.
Het systeem worstelt met veranderingen die te maken hebben met de toegenomen complexiteit. De Nederlandse Bank is bijvoorbeeld allang niet meer in staat om het proces van toezicht op het bankwezen in Nederland volledig waar te maken. De afhankelijkheid en verwevenheid met organisaties buiten Nederland, waar men niets over te zeggen heeft, is enorm. Nout Wellink heeft een tipje van die sluier opgetild. Nog even en je kan zelfs de vraag stellen wat de toegevoegde waarde van DNB nog is.
Wanneer we kijken naar de rol van het individu geldt dat in versterkte mate. We zijn allemaal onderdeel van een groter geheel. We kunnen voor onszelf beslissen om er uit te stappen maar dat heeft geen gevolg voor het systeem. Wim Kok noemt dat het ‘duivels dilemma’. Ik vind een gewoon dilemma ook goed genoeg. Misschien was het voor hem eerder een ‘prisoners dilemma’. Hij heeft besloten niet uit het systeem te stappen en zet zichzelf daarmee als het ware op slot. Kennelijk is het systeem voor hem te dierbaar om het anders te doen, maar het is wel een bewuste keuze geweest.
Het is jammer dat we over dit soort vraagstukken de (zelf)reflectie missen. Hoe waardevol de onderzoeken ook mogen zijn, hiervoor blijken ze gewoon niet geschikt. Onze hoofdrolspelers hebben daarvoor denk ik behoefte aan een veiligere omgeving met onderzoekers die een ander soort belangstelling tonen. Niet in de vorm van een kruisverhoor aanpak maar met empathische vraagstelling in dialoog. Dat zou het verschil kunnen maken.
Foto: parlementaire onderzoekscommissie www.beursgorilla.nl