Advies aan adviesorganen

vrijdag 4 september 2009

 

Op de slotdag  (26 augustus 2009) van het congres “Towards Knowlede Democracy” sprak o.a. Mr. H.D. Tjeenk Willink, Vice-President van de Raad van State. Hij stak zijn verbazing over de afbraak van kennis ondersteuning van beleidsvorming niet onder de stoelen of krappe banken van het Leidse Academiegebouw. Privatisering heeft de nodige kennis op afstand gezet en democratische controle bemoeilijkt. Communicatiestrategen en procesmanagers zijn in de plaats gekomen van experts. Wetenschappelijke onderbouwing sneeuwt onder. De strategen en managers vormen een nieuwe elite met een eigen taal, sturende opvattingen, veronderstellingen en logica. Zij willen zoveel mogelijk standaardiseren om te kunnen controleren wat er gebeurt. Het management heeft een geheel eigen dynamiek den is sterk intern gericht.

Als dan vervolgens uit (parlementair) onderzoek blijkt dat het beleid niet oplevert wat verwacht werd volgt er meer van hetzelfde: meer op controle gerichte activiteiten.

De sanering van de adviesorganen zet verder door (minder van hetzelfde) met als gevolg dat kennis op de markt ‘ingekocht’ moet worden. In de bestuurswetenschappen is het accent meer en meer komen te liggen op bedrijfskunde. De economen zijn dominant. Het gevolg is: kwaliteitsverlaging en verlies van vertrouwen waarna de cyclus zich herhaalt.

Een nogal pessimistische visie die met boosheid, dat was althans mijn indruk, werd verkondigd door Tjeenk Willink.


Het betoog – hier ingekort weergegeven - komt sterk over maar bij nader inzien zijn er toch de nodige vragen bij te stellen. Waarom zou vastgehouden moeten worden aan de oude adviesorganen? Zijn zij werkelijk essentieel om tot weloverwogen beleid te komen en goede beslissingen te maken? Daar is geen zekerheid over. Welke kennis is precies waardevol? Daar is ook geen zekerheid over. Het zit hem vaak niet zozeer in de rationele argumenten.

De adviesorganen hebben niet kunnen voorkomen dat de regering minder adviesorganen wil. Het is een eigenschap van advieswerk: degene voor wie het bedoeld is kan er iets mee doen of het naast zich neerleggen.

Wie informatie nodig heeft zoekt eerst op internet. De vertaling van die informatie naar toepasbare kennis is niet strikt voorbehouden aan adviesorganen. Het is zelfs de vraag of de advisering door instituten wel aansluit bij de behoefte van de meeste politici. Daar zou nog eens wetenschappelijk onderzoek naar gedaan kunnen worden.


foto (iphone): Roel in ‘t Veld, Chairman van het congres Towards Knowledge Democracy bij zijn slotbetoog op 26 augustus 2009 in het Academiegebouw te Leiden.


Update 5 september 2009

In Binnenlands Bestuur van deze week waarschuwt Wim Deetman, lid van de Raad van State, voor een overkill van adviescommissies. Gemiddeld wordt er 1 adviescommissie per 10 dagen geinstalleerd. Eerlijkheidshalve meldt hij er bij dat die commissies soms als opdracht van de minister meekrijgen dat er niets mag uitkomen. Als oud-minister kunnen we niet anders dan hem geloven. Ongetwijfeld spreekt hier ervaring. Deetman verwacht dat ‘de behoefte’ aan commissies blijft groeien omdat de permanente onafhankelijke adviesraden krimpen. Volgens Deetman heeft de politieke en ambtelijke top daardoor minder last van adviezen die ze niet uitkomen. Toch vindt Deetman dat de minister juist baat heeft bij ‘vervelende adviezen’.

Als adviesraad heb je het dus in eigen hand. Als je geen onwelgevallige adviezen publiceert heb je meer kans dat je blijft bestaan. De politieke top heeft vooral behoefte aan adviezen om de eigen plannen uitgevoerd te krijgen, niet om heel andere dingen te gaan doen en uitgangspunten en opvattingen (al of niet gebaseerd op kennis) ter discussie te stellen. Daarvoor is het parlement. Deetman pleit dan ook voor meer parlementair onderzoek en noemt het te weinig benutten van dit instrument zelfs laf.

Ik denk dat het parlement eigen onderzoek een zwaar middel vindt omdat het zo beperkt wordt ingezet. In plaats daarvan zou het een standaard procedure gezien kunnen worden. Voor het uitvoeren van onderzoeken kan de volksvertegenwoordiging dan een beroep doen op de ex-adviesraden want daar zit de expertise.

 
 
 

volgende >

< vorige