Helping
Helping
vrijdag 28 augustus 2009
The Academy of Management organiseert jaarlijks een congres voor alle leden. Daarvan kwamen er zo’n 10.000 opdagen in Chicago. Zij hadden de keuze uit een grote hoeveelheid bijeenkomsten in verschillende vormen. Kleine specialistische werkgroepen over methodologie, expertsessies over theorievorming, lezingen, discussies, presentaties, prestigieuze awards, social events enz. Een vijfdaagse stroom waar voor alle interessegebieden iets te halen en te brengen is, voor de jonge student tot en met de bekende publicist zoals bijvoorbeeld Peter Senge en Edgar Schein. Vanuit Nederland een kleine 300 deelnemers waaronder verschillende presentaties o.a. van Leon de Caluwe en Hans Vermaak.
Je kan er een hele studie van maken om te bepalen waar je precies aan wil deelnemen maar je kan je ook laten verrassen. Het is heel gebruikelijk om binnen te lopen ook al is een sessie al begonnen en weg te lopen als het niet is wat je er van verwacht. Ideaal ‘to shop around’, contacten te leggen en trends te ontdekken.
Het thema was “green management”. Dat is met “sustainability” de hype. Iedereen lijkt er mee bezig. Vraagstukken zoals: hoe bereiken we vermindering van watergebruik?, worden benaderd door de waardeketen van een kop koffie te analyseren en uit te drukken in de hoeveelheid water die er voor nodig is om 1 kop koffie te maken. Als ik het me goed herinner kost 1 kop koffie 247 keer de hoeveelheid water die er in een kop gaat. Dat hangt wel vooral af van of je er melk en suiker in gebruikt want dat zijn de grootste boosdoeners in termen van waterverbruik. Ook illustratief is het bedrijf Mars dat in 2015 volledig “green & sustainable” wil zijn. Niet zozeer omdat men daar plotseling meer dan ooit begaan is met het lot van de mensheid en de wereld maar primair uit eigenbelang. Men heeft ingezien dat de cacaoproductie op de manier waarop deze altijd is aangepakt eindig is. De cacaoplantages gaan nu 30 jaar mee. Daarna is de grond volledig uitgeput en legt men nieuwe plantages aan ten koste van oerwoud. Het is dus een commercieel belang geworden om groen te worden, groen is in, groen moet. Anders is Mars over 20 jaar out of business. Het beheer van de plantages moet rigoureus anders, organic. De Amerikanen zien dat zij op (milieu)achterstand staan en willen die achterstand omzetten in een voorsprong. Ik denk dat ze dat gaat lukken. Zij pakken dat massaal en grondig aan. Dat is op tal van plekken waar te nemen. De steden zijn in vergelijk met 20 jaar geleden sterk vooruit gegaan, goed onderhouden en (in tegenstelling tot Nederland waar men leert alles op straat te gooien) schoon (waar dat 1000 dollar kost en dus niet gebeurt). Chicago heeft zelfs de loop van de rivier omgedraaid en loost niet meer op Lake Michigan. Bij de zandstranden van de stad is de zwemkwaliteit van het water prima. Ik vind het een mooi voorbeeld van samengaan van theorie en praktijk. Dat helpt.
Nog zo’n voorbeeld is het vraagstuk welke strategie kan leiden tot het uitbannen van slecht afbreekbaar wegwerpbestek. Optimisme overheerst doordat Starbucks als eerste besloten heeft dat te willen. Hoewel deze firma slechts 1% van de afvalbekers genereert is het wel de leading company waar iedereen naar kijkt. Men verwacht daarom dat andere, veel grotere ketens, snel zullen volgen. En dan gaat het hard de goede kant op. De kracht van de VS is dat zij kunnen veranderen; het yes we can is niet toevallig een leus die aanspreekt. En men voelt de sense of urgency al of niet met enige filmische manipulatie (Al Gore) of overdrijving (China owns us).
Een andere rode draad die ik meen te zien is dat men erg open staat voor nieuwe ideeen en aanpakken, ook methodologisch. De traditionele wetenschappelijke aanpak is evidence based en het hoofdstuk met onleesbare statistische data is dan bepalend voor de vraag of men het serieus neemt. Ik heb meerdere presentaties bijgewoond waar men de waarde daarvan in twijfel trok. Een voorbeeld daarvan was dat uit zo’n onderzoek naar voren kwam dat diversiteit in managementteams niet tot enigerlei effect in resultaat leidt. Men had verwacht dat dat wel zo zou zijn en concludeerde vervolgens dat de onderzoeksmethode waarschijnlijk hiervoor niet goed was. Meer kwalitatief gericht onderzoek is daarvoor nodig. Een andere sessie die ik bijwoonde ging onomwonden op zoek naar de manier waarop aan de traditionele eisen kon worden voldaan en toch een goed onderzoek te doen...
Interessant is dat vakgenoten uit zoveel verschillende landen voor een deel dezelfde vaktaal spreken maar daarnaast geweldig langs elkaar heen kunnen praten en elkaar niet begrijpen. Ongetwijfeld heb ook ik allerhande betekenissen anders opgevat dan bedoeld. We zien vaak alleen wat we al weten. Maar door deel te nemen kom je toch op nieuwe invalshoeken die je anders niet zou vinden.
Tot slot een leestip. Edgar Schein presenteerde in Chicago zijn laatste werk onder de titel “Experience speaks”. Het boek is getiteld “Helping”. Dat gaat over de laatste levensfase van zijn vrouw die overleden is. Edgar Schein heeft haar de laatste periode verzorgd en daarover een eenvoudig, erg lezenswaardig boek geschreven over de betekenis van helping. De persoonlijke biografie is belangrijk voor de onderzoeker en inspirerend voor de lezer.